sponsers
© Copyright  Robin Hood Boechout 2015  Alle rechten voorbehouden
Het Schietpatroon. Het   schietpatroon   is   het   geheel   van   stappen   die   je   moet   volgen   om   één   schot   volledig   af   te werken.   Het   bestaat   uit   10   opeenvolgende   onderdelen.   Elk   van   deze   schakels   heeft   zijn   eigen belang en is een onmisbaar deel van het geheel. Het is zeer belangrijk om bij elk schot steeds hetzelfde te doen. Daarom behandelen we deze procedure stap voor stap. De stappen zijn: 1 . Houding aan de lijn 2 . Pijl opzetten (kepen) 3 . Booghand en koordhand plaatsen 4 . Concentratie 5 . Vooraantrek 6 . Aantrek 7 . Ankeren 8 . Mikken 9 . Doortrekken en lossen 1 0 . Narichten Opmerking Het schietpatroon is samengesteld voor een rechtse schutter. De linkse schutter moet alles identiek doen, maar wel in spiegelbeeld. De    houding    moet    tijdens    het    volledig    schietpatroon    behouden    blijven.    De    meest    efficiënte houding    is    de    haakse    houding    waarbij    de    doelschutter    schrijlings    over    de    schietlijn    (en    de wipschutter   achter   de   schietlijn)   gaat   staan.   De   voeten   staan   het   best   op   schouderbreedte   uit elkaar.   Je   staat   om   te   beginnen   in   rechte   hoek   op   de   schietlijn.   Het   lichaamsgewicht   wordt verdeeld   over   de   beide   benen   en   het   hoofd   wordt   naar   het   doel   (of   de   wip)   gekeerd   zodat   de   kin ongeveer   boven   de   linkse   schouder   komt.   Een   denkbeeldige   lijn   loodrecht   op   de   schietlijn   gaat langs je tenen recht naar het doel (of de wip). De voetplaatsing Door   de   eigen   natuurlijke   voetstand   van   de   schutter   kan   het   zijn   dat   deze   stand   t.o.v.   het   doel (of   de   wip)   van   schutter   tot   schutter   kan   verschillen.   Deze   stand   vinden   is   voor   iedere   schutter van    het    grootste    belang.    Tijdens    de    schietbeurt    is    het    aangeraden    om    de    voeten    niet    te verplaatsen en bij iedere volgende beurt steeds dezelfde voetplaatsing in te nemen. Methode om de juiste voetplaatsing te bepalen: Plaats de voeten loodrecht op de schietlijn. Trek aan in de richting van de schijf ( of de wip) en mik. Sluit de ogen. Wacht 3 seconden. Open de ogen. Controleer de vizierkorrel t.o.v. de schijf ( of de wip). Herhaal de test 3 tot 5 maal. Indien   de   vizierkorrel   zich   rechts   van   het   midden   van   het   doel   bevindt,   moet   de   rechtervoet   5   cm naar   voor   en   indien   de   vizierkorrel   zich   links   van   het   doel   bevindt   moet   de   linkervoet   5   cm   naar achter worden geplaatst. Neem de pijl bij de keep en leg hem op de pijlsteun met de indexveer naar buiten gekeerd. Druk   de   keepgroef   op   het   koord   tussen   of   onder   het   merkteken   tot   de   keep   erop   vastklikt. Het beste is echter 2 merktekens. Houd de boog in de richting van het doel (of de wip). Controleer regelmatig de staat van het keeppunt en de spanhoogte. Booghand De   booghand   wordt   tegen   de   kolf   van   de   boog   geplaatst   ter   hoogte   van   de   "Y"   gevormd   door duim en wijsvinger. Duim en vingers vormen een losse ring rond de greep. Pols en vingers blijven ontspannen. De elleboog wordt van de boog weggedraaid. Koordhand Dit   is   de   moeilijkste   schakel   om   aan   te   leren.   De   meest   gebruikte   methode   is   de   Middellandse methode, d.w.z. 1 vinger boven en 2 vingers onder het keeppunt. Methode Het   haken   van   de   vingers   dient   in   de   eerste   vingerplooi   te   gebeuren.   De   vingertoppen moeten naar de schutter gekeerd worden. Plaats    de    wijsvinger    3    mm    boven    het    keeppunt,    de    midden-    en    ringvinger    onder    het keeppunt.   Die   2   vingers   mogen   het   keeppunt   lichtjes   raken.   De   vingers   moeten   haaks   langs het koord liggen. Ontspan de pols en hou de rug van de hand recht. De hand en de voorarm moeten 1 horizontale lijn vormen. De druk verdelen over de 3 vingers op het koord. Opmerking Bij het plaatsen van de vingers moet men kijken en voelen. Alle   lichamelijke   en   geestelijke   functies   worden   volledig   op   1   doel   gericht:   het   schieten   van   een goed   schot.   Elk   schot   moet   worden   aanzien   als   een   wedstrijdschot.   Door   beroep   te   doen   op wilskracht   en   vertrouwen   laat   de   concentratie   je   toe   om   de   lichamelijke   capaciteit   volledig   onder controle te houden. Schakel alle negatieve factoren uit en behoud de positieve. Methodes om de negatieve factoren uit te schakelen: Tegen spanning is enkel ontspanning effectief. Concentreer je op 1 schot en niet op verscheidene. Probeer je te isoleren van het publiek of andere schutters. Laat je nooit de cadans van een andere schutter opdringen. Ademhalingstechniek Het is niet nodig om -zoals zovelen beweren- in te ademen voor de aantrek. Er zijn 4 verschillende stappen in de ademhaling: 1 . Inademen tijdens het omhoogbrengen van de boog. 2 . Uitademen tijdens het spannen en ankeren. 3 . Een stop van 5 à 8 seconden tijdens het mikken en lossen. 4 . Bij    het    narichten    meermaals    dieper    in-    en    uitademen    om    de    zuurstofschuld    aan    te vullen. Bij de vorige schakels ging de aandacht vooral naar de onderdelen van de boog en pijl. Nu moeten we de concentratie overschakelen naar het doel (of de wip). Methode Houd de vingers op het koord in de juiste positie. Verhoog de druk op het koord. Deze schakel verloopt over verschillende fasen: Methode Hef   de   boog   in   de   richting   van   het   doel/de   wip.   Hou   de   boogarm   recht   en   de   elleboog   naar buiten. Controleer de plaats van de boog- en koordhand. Trek   met   een   vlotte   beweging   de   koord   naar   achteren   door   de   werking   van   de   rug-   en schouderspieren. De elleboog blijft op schouderhoogte. Blijf doortrekken tot je de referentiepunten van de ankerpunten raakt. Opmerking Vermijd    het    hoofd    naar    het    koord    toe    te    brengen    en    het    koord    uitsluitend    met    de armspieren te trekken. De boogarm en -hand dienen tijdens het aantrekken, ontspannen te blijven. Ankeren   is   het   brengen   van   de   koordhand   op   een   vast   bepaald   punt.   Ook   bij   deze   fase   is   het belangrijk    dat    het    steeds    op    dezelfde    manier    gebeurt.    De    meest    voor    de    hand    liggende ankerpunten   zijn   delen   van   het   gelaat.   Je   kan   hiervoor   best   de   neuspunt   en   de   kin   gebruiken. Het   ankeren   vervangt   bij   het   mikken   de   vizierkeep   en   daar   op   de   boog   slechts   1   vizierpunt   is toegestaan dienen deze referentiepunten als middel om steeds dezelfde miklijn te bekomen. Methode Houd de tanden op elkaar. Plaats de wijsvinger van de koordhand onder de kin en zorg voor een stevig contact. De koord moet de neuspunt raken en eventueel de lippen. De volledige koordhand blijft ontspannen en de niet trekkende vingers blijven los. De duim van de koordhand wordt lichtjes naar binnen geplooid. Opmerking Tijdens het ankeren moet de spanning in de schouderbladen behouden blijven. Het    probleem    bij    het    ankeren    is    dat    tegelijkertijd    een    sterke    spanning    in    de    rug-    en schouderspieren   aanwezig   is,   terwijl   de   boogarm   en   -hand,   de   koordarm   en   -hand   zoveel mogelijk    moeten    ontspannen    blijven.    Dit    vergt    een    grote    graad    van    coördinatie    en concentratie. Je   moet   vooraf   aanvaarden   dat   het   onmogelijk   is   om   volledig   "stil"   te   staan.   De   hartslag,   de spierspanning   en   de   zenuwwerking   veroorzaken   steeds   een   lichte   beweging.   Het   mikken   mag maximaal   een   7-tal   seconden   in   beslag   nemen   want   na   8   seconden   verschijnen   reeds   de   eerste vermoeidheidsverschijnselen.   Wanneer   de   grens   van   10   seconden   bereikt   is,   is   het   wenselijk   om het   schietpatroon   volledig   te   herbeginnen.   De   meest   gebruikte   mikmethode   is   deze   met   behulp van een vizier. Daarom beperken we ons dan ook tot deze methode. Methode Houd de vizierkorrel op het midden van het geel. (Of het blokje van de af te schieten vogel). Let hierbij op de ogen scherp te stellen op het geel (of de vogel) en niet op de korrel. Lijn het koord met het midden van de binnenkant van de boog. De meeste ervaren schutters beginnen het mikken iets boven de roos of de vogel. Het   volstaat   niet   de   korrel   op   de   vogel   of   op   het   geel   te   plaatsen,   je   moet   er   hem   ook houden. Houd rug- en schouderspieren gespannen. Opmerking Mik niet overhaast. Controleer voortdurend de vizierkorrel op het geel of op het blokje. Houd 'koppig' vol ! Mikproblematiek Het   houden   van   de   gespannen   boog   wordt   steeds   ongemakkelijker   naarmate   je   langer   mikt.   Je wil   zo   snel   mogelijk   het   schot   lossen.   Dit   beïnvloedt   natuurlijk   het   mikken   negatief.   Daarom moet   de   schutter   zich   oefenen   om   de   pijl   slechts   te   lossen   als   de   vizierkorrel   precies   op   het   geel (of   de   gemikte   vogel)   staat.   Veel   schutters   doen   de   eerste   7   fasen   van   het   schietpatroon   correct maar   bij   de   achtste   fase   (het   mikken),   verliezen   ze   alle   concentratie   en   de   pijl   wordt   gelost vooraleer   het   mikken   beëindigd   is.   Dit   is   het   begin   van   de   mikproblematiek.   Het   is   echter   zeer moeilijk om dergelijk probleem op te lossen. In principe hebben we 3 variaties: 1 . Snapshot : De pijl wordt gelost nog voor de schutter zijn ankerpunt heeft bereikt. 2 . Freezing :   Dit   is   het   onvermogen   of   de   geestelijke   blokkade   het   vizierpunt   op   het   geel   (of het blokje) te brengen. 3 . Losblokkade :   Je   kan   de   pijl   niet   lossen,   niettegenstaande   de   vizierkorrel   op   het   geel   (of het blokje) staat. Een   mogelijke   oplossing   is   het   gebruik   van   een   treklengteverklikker   of   "klikker".   Je   mag   hem   niet gebruiken   om   andere   fouten   in   het   schietpatroon   te   verduisteren.   Op   die   manier   kan   je   de fouten nog vergroten. Dit   is   de   belangrijkste   schakel   in   het   hele   schietpatroon.   Dit   is   de   bekroning   van   alle   vorige   fasen. Het is geen bewuste beweging maar een reactie op het loskomen van de koord. Methode Ontspan geleidelijk de vingers van de koordhand, vermijd de vingers bewust te strekken. Door    het    behouden    van    de    spanning    in    de    schouderbladen    gaan    koordarm    en    -hand automatisch naar achter langs het gezicht. Tijdens het lossen blijft de booghand ontspannen. Tijdens het lossen moet men blijven doormikken. Opmerking Het lossen ontstaat door een dubbele werking. 1 . De verhoging van de spanning in de rug. 2 . Het   progressief   ontspannen   van   de   vingers   van   de   koordhand.   Deze   dubbele   actie   vergt een   hoog   coördinatie-   en   concentratievermogen.   Het   lossen   moet   een   onbewuste   reactie zijn op het plotseling verdwijnen van de weerstand van het koord. Na   het   eigenlijke   lossen   moet   men   in   de   loshouding   blijven   staan   tot   de   pijl   het   doel   (of   de   wip) raakt. Dit noemt men de losbevestiging. Dit is nauw verbonden met goed lossen.
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
044